Gezamenlijk persbericht van Stichting Natuur en Milieu en De Provinciale Milieufederaties.
Minister Van der Hoeven ontvangt rapport over duurzame biomassa

24 januari 2008
Stichting Natuur en Milieu en De Provinciale Milieufederaties presenteren vandaag een lijst van goede en foute soorten biomassa. Sommige soorten biomassa leiden tot kap van oerwouden, hogere voedselprijzen en soms tot zelfs meer uitstoot van broeikasgassen dan olie of kolen. Slechte biomassa zijn koolzaad, soja, palm- en zonnebloemolie, tarwe, bieten en mest. Deze biomassasoorten zouden niet door overheid gesubsidieerd moeten worden. Goede biomassa zijn allerlei reststromen uit de voedingssector, landbouw en industrie, evenals diverse houtige gewassen, zoals hennep, riet, populier en wilg.
De milieuorganisaties concluderen dat er voldoende mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsproductie met biomassa. Op korte termijn zijn er echter te weinig duurzame biobrandstoffen voor het verkeer.

Minister Maria van der Hoeven, directeur Mirjam de Rijk van Natuur en Milieu en voorzitter Volkert Vintges van De Provinciale Milieufederaties met de lijst ‘Heldergroene biomassa’ in Den Haag. Meer foto’s.
De milieuorganisaties bieden hun visie ‘Heldergroene biomassa’ vandaag aan minister Van der Hoeven (Economische Zaken) aan. De milieuorganisaties roepen de overheid op om alleen echt duurzame soorten biomassa te stimuleren. Concreet vragen ze de overheid:
>> subsidieer geen foute biomassa in de subsidieregeling voor duurzame elektriciteit (SDE). De lijst van ‘goede’ en ‘foute’ biomassa kan daarbij als leidraad dienen;
>> verlaag de verplichte doelstelling om in 2010 5,75% biobrandstof aan de autobrandstoffen toe te voegen. Tel alleen de echt duurzame biobrandstoffen mee;
Richt het stimuleringsbeleid op daadwerkelijke CO2-besparing die een biomassasoort oplevert. Dit betekent dat de subsidie voor elektriciteitsproductie hoger moet zijn naarmate de toegepaste biomassasoort meer CO2-reductie oplevert. Ook bij de bijmengregeling zouden biobrandstoffen die veel CO2-winst opleveren zwaarder moeten meewegen.
In de visie ‘Heldergroene biomassa’ staan tien duurzaamheidscriteria waaraan biomassa moet voldoen. Met deze criteria hebben milieuorganisaties alle gangbare soorten biomassa beoordeeld. Voor het eerst is er nu een totaaloverzicht van duurzame en niet-duurzame biomassa.
In hun visie noemen de milieuorganisaties vormen van duurzame biomassa die in Nederland geproduceerd kunnen worden. Ze kiezen voor schoon resthout uit de industrie, snoeihout uit bossen en houtwallen en papierslib (een restproduct uit de papierindustrie). Ook kunnen gewassen als wilg, riet en olifantsgras worden geteeld. De teelt van hout biedt mogelijkheden voor landschapsherstel, natuurontwikkeling en recreatie. Biomassa uit ooibossen, broekbossen, grienden en houtsingels kunnen de biodiversiteit in het landelijk gebied herstellen.