Er is meer klimaatwinst te halen door biomassa in stroom om te zetten dan als directe vervanging van benzine of diesel. Daarom is een voorstel om transportbrandstoffen om te zetten in biobrandstoffen niet de beste investering in duurzaamheid. Dat blijkt uit “Local and global consequences of the EU renewable directive for biofuels: testing the sustainability criteria” van het Milieu- en Natuurplanbureau. Bevindingen uit deze studie worden vandaag gepresenteerd in het Europees Parlement.

10% biobrandstof voor transport
De Europese Commissie heeft op 23 januari voorstellen voor energie en klimaat gepresenteerd. Voor de transportsector is daarbij het doel van 10% hernieuwbaar gesteld. Dit doel kan alleen worden gehaald door de inzet van biobrandstoffen. De Europese Commissie heeft aangegeven dat deze biobrandstoffen duurzaam moeten worden geproduceerd en dat de broeikasgasemissies over de gehele keten minstens 35% lager moeten zijn dan van fossiele benzine of diesel. Alle biobrandstoffen kunnen daaraan voldoen.

Hogere voedselprijzen
Omdat bestaande technieken voor biobrandstof gebaseerd zijn op voedselgewassen, zoals granen, maïs, suikerbieten en palmolie (waarvan de laatste niet past binnen de duurzaamheidcriteria), zal de EU biobrandstof doelstelling van 10% leiden tot hogere voedselprijzen. Deze hogere voedselprijzen hoeven niet alleen negatieve gevolgen te hebben. Maar landen die voedsel importeren zullen, zoals veel Afrikaanse landen, zullen wel degelijk hinder ondervinden van deze stijgende prijzen. De prijseffecten zullen nog groter worden als andere landen ook biobrandstoffen gaan stimuleren, zoals de Verenigde Staten van plan zijn door de productie van bio-ethanol de komende 10 jaar te laten stijgen naar ruim 130 miljard liter (waarvoor ruim 30 miljoen hectare nodig is).

Biodiversiteitbehoud botst met broeikasgasreductie
Voor de productie van biobrandstoffen is meer land nodig. Uitgaande van de bestaande technieken komt een 10% doel in 2020 neer op een areaal van 20 tot 30 miljoen ha, waarvan ongeveer 16 miljoen ha in Europa zelf. Een dergelijk areaal is binnen Europa alleen beschikbaar als het landbouwbeleid van de EU wordt geliberaliseerd. Echter, bij volledige marktwerking zal de EU slechts de helft van de noodzakelijke gewassen zelf verbouwen. De andere helft zal worden geïmporteerd, omdat de productie van biobrandstoffen daar goedkoper kan. Om te voorkomen dat hierdoor verlies van biodiversiteit optreedt, kan ingezet worden op efficiënter landbouwproductie, door gebruik van kunstmest. Dit levert bij sommige gewassen echter hogere stikstofemissies op, wat in de vorm van lachgas ook een broeikasgas is. Het EU doel om biodiversiteitsverlies te stoppen kan daarmee botsen met het doel om de emissies van broeikasgassen te verlagen.

Duurzaam transport
De hoop is voor een deel gevestigd op nieuwe biobrandstoffen. Als onbruikbare afvalstromen daarmee een nuttige toepassing krijgen, is dat een goede zaak. Maar die nieuwe biobrandstoffen zijn ecologisch gezien niet altijd de beste optie. Nieuwe technieken voor duurzaam transport zijn auto’s op waterstof, hybride auto’s, oplaadbare hybride auto’s en volledig elektrische auto’s. De productiekosten van deze technieken zijn relatief hoog, omdat ze –met uitzondering van hybride auto’s- nog niet commercieel geproduceerd worden. Gezien de noodzaak van duurzame alternatieven voor verkeer is het cruciaal de kansen die dergelijke opties bieden zoveel mogelijk te benutten.