De omstreden Europese keuze voor biobrandstoffen blijft overeind. Vandaag schaarde de commissie Industrie en Energie van het Europese Parlement zich achter de doelstelling dat het verkeer tegen 2020 voor 10 procent op biobrandstoffen moet rijden. Het EP heeft wel het accent verschoven naar duurzame biobrandstoffen.

Ontbossing en hoge voedselprijzen
Biobrandstoffen kwamen de voorbije maanden onder vuur te liggen omdat ze mee verantwoordelijk worden geacht voor ontbossing en stijgende voedselprijzen. Niettemin houdt het EP vast aan de doelstelling dat biobrandstoffen binnen twaalf jaar 10 procent van de brandstofconsumptie moeten vertegenwoordigen. Bovendien stelt het EP een tussentijdse doelstelling van vijf procent tegen 2015 voorop.

Strengere criteria
Onder impuls van de groene rapporteur Claude Turmes zijn de criteria wel sterk aangescherpt. Zo moet een aanzienlijk deel van deze brandstoffen (20 pct in 2015, 40 pct in 2020) komen uit elektriciteit en waterkracht, of van biobrandstoffen van de tweede generatie, die geen hypotheek leggen op de voedselproductie (biomassa, afval,…).

Voluit voor hernieuwbaar
De biobrandstoffen maken deel uit van een ruimere richtlijn die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in Europa moet bevorderen. Met een overweldigende meerderheid van 50 tegen 2 bevestigden de Europarlementsleden de doelstelling dat 20 procent van de Europese energieconsumptie tegen 2020 uit hernieuwbare bronnen moet komen.