De kritiek op biobrandstoffen neemt toe. En dat terwijl Nederland koploper op het gebied van zulke brandstoffen wil worden.

Nog geen jaar geleden was dit nog een verlaten grasveld in de Botlek in de Rotterdamse haven; nu staat hier tussen de reuzentanks van opslagbedrijf Vopak een bijna voltooide fabriek. Deze zomer hoopt Biopetrol, een Zwitserse dochteronderneming, haar eerste liters biodiesel te produceren. Stroomopwaarts, in Pernis, bouwt Dutch Biodiesel een fabriek die later dit jaar moet gaan produceren. Eveneens in Pernis ontwikkelt WHEB Biofuels een fabriek. En vorige week legde de Rotterdamse burgemeester, Opstelten, in de Europoort de eerste steen voor een fabriek van het Spaanse Abengoa, een van ’s werelds grootste makers van biobrandstoffen. De bouw van nog eens vier productievestigingen van biobrandstoffen staat op stapel. Het Havenbedrijf Rotterdam schat dat de biobrandstofsector de komende zes jaar goed is voor 1,6 miljard euro aan investeringen in de haven.