Het huidige biobrandstoffenbeleid lost de klimaat- of brandstofcrises niet op, maar draagt bij aan voedselonzekerheid en inflatie. Arme mensen worden hierdoor het hardst getroffen, volgens een nieuw rapport van de internationale organisatie Oxfam.

In het rapport ‘Another Incovenient Truth’ dat vandaag uitkomt, berekent Oxfam dat het biobrandstoffenbeleid van rijke landen meer dan 30 miljoen mensen de armoede in heeft geduwd. Biobrandstoffen zijn voor bijna 30 procent verantwoordelijk voor de wereldwijde crisis in voedselprijzen.

“Het biobrandstoffenbeleid draagt eigenlijk bij aan een versnelling van klimaatverandering en verergert de armoede en honger. De vraag van rijke landen naar meer biobrandstoffen voor hun transport heeft de productie omhooggejaagd en geleid tot inflatie van de voedselprijzen,” zegt de schrijver van het rapport, Oxfams beleidsadviseur voor biobrandstoffen Rob Bailey.

Rijke landen steunen hun eigen productie van biobrandstoffen met streefcijfers, subsidies, belastingsvoordelen en tarieven. Deze nieuwe ‘belasting op voedsel’ treft arme mensen het hardst, omdat zij het grootste deel van hun inkomen uitgeven aan voedsel.

Vorig jaar besteedden rijke landen bijna 15 miljard dollar uit aan steun aan biobrandstoffen, terwijl ze het goedkopere ethanol uit Brazili├ź buiten de deur hielden, een product dat veel minder schade toebrengt aan de voedselzekerheid in de wereld . Een zelfde bedrag is volgens Oxfam nodig om arme mensen te helpen de voedselcrisis te overleven.

De biobrandstoffen die nu worden geteeld zijn geen effectief antwoord op de klimaatverandering, zegt Oxfam. Biobrandstoffen nemen landbouwgrond over en dwingen boeren kostbare natuurgebieden in gebruik te nemen, zoals bossen en moerassen die belangrijk zijn voor de CO2-opname. Door ontginning komt koolstof uit de grond en vegetatie vrij, iets wat decennia zal duren om te herstellen.

De EU-doelstelling om 10% biobrandstoffen in te zetten in 2020 zal volgens Oxfam geen besparing van CO2 uitstoot opleveren. Oxfam schat dat door veranderingen in het landgebruik voor palmolie juist 70% meer CO2 zal vrijkomen dan de jaarlijkse besparingen die de EU hoopt te bereiken.

Het rapport stelt dat biobrandstoffen de behoefte aan brandstofzekerheid van de rijke landen niet oplossen. “Zelfs wanneer vandaag nog de hele wereldvoorraad graan en suiker tot ethanol wordt verwerkt – waardoor iedereen nog minder te eten krijgt – dan kunnen we slechts 40 procent van onze petroleum- en dieselconsumptie vervangen,” zegt Bailey. “De regeringen van rijke landen moeten biobrandstoffen niet als excuus gebruiken om besluiten te vermijden die dringend nodig zijn. Besluiten over hoe de ongeremde vraag naar petroleum en diesel terug te dringen.”

Nederland loopt in de EU voorop met het voornemen in 2010 5,75% biobrandstof bij te mengen bij onze reguliere brandstof en moet daarom grote volumes biobrandstof gaan importeren. Dat staat op gespannen voet met de duurzaamheidcriteria die Nederland wil toepassen. In de praktijk blijkt dat voor Nederland de volumedoelstelling zwaarder weegt dan de duurzaamheidcriteria.

In ontwikkelingslanden kunnen biobrandstoffen alternatieve duurzame energie opleveren voor arme mensen in achtergestelde gebieden. In Mali bijvoorbeeld, leveren bio-energieprojecten schone energiebronnen op voor arme plattelandbewoners. Maar ook hier kunnen de economische, maatschappelijk en milieukosten ernstig zijn en landen moeten hier voorzichtig mee omgaan.

“Biobrandstoffen waren bedoeld als alternatief voor olie – een betrouwbare bron van energie voor het vervoer. Maar rijke landen hebben hun beleid dusdanig ontworpen dat het veel te veel de belangengroepen in eigen land dient. Zij maken de klimaatverandering nog erger, niet beter. Zij roven gewassen en land weg van de voedselproductie, en zij vernietigingen gaandeweg miljoenen huishoudens,” zegt Bailey.

‘Another Incovenient Truth’ doet de volgende aanbevelingen:
Rijke landen:

– nieuwe biobrandstofprogramma’s bevriezen
– bestaande biobrandstofprogramma’s die armoede verergeren en klimaatverandering versnellen herzien
– de subsidies en belastingsvoordelen voor biobrandstoffen afschaffen
– het invoertarief op biobrandstoffen verlagen
Ontwikkelingslanden:
– zeer voorzichtig te werk gaan, waarbij zij voor de lange termijn plannen, ambitieuze doelstellingen vermijden en de economische, maatschappelijk en milieu-effecten van biobrandstoffen analyseren
Bedrijven en investeerders:
– zorgdragen dat biobrandstofprojecten niet plaatsvinden zonder de vrije en ge├»nformeerde toestemming vooraf van plaatselijke gemeenschappen
– in afgelegen gebieden toegang tot energie stimuleren