In Brussel bestaat overeenstemming over de richtlijn hernieuwbare energie. Onderdeel van die richtlijn zijn de duurzaamheidseisen voor biobrandstoffen, een belangrijk punt voor Nederland. Er gaan duurzaamheidseisen gelden voor alle biobrandstoffen die meetellen voor de Europese doelstellingen van hernieuwbare energie.
De richtlijn bevat eisen voor de CO2-prestatie in de biobrandtofketen. Ook worden gebieden met hoge biodiversiteitswaarde, zoals oerwoud en ander primair bos, beschermd. Gebieden met een hoge koolstofvoorraad moeten deze koolstofvoorraad houden. Dit laatste betekent bijvoorbeeld dat wetlands voor de productie van grondstoffen voor de biobrandstoffen niet ontwaterd mogen worden. Er komt een rapportageverplichting voor bedrijven over andere milieueffecten, zoals bodem, water en lucht. Ook wordt gerapporteerd over het herstel van verarmde gronden, sociale aspecten, voedselprijzen en landgebruiksrechten. Dit laatste is belangrijk voor inheemse bevolkingsgroepen. Ook de indirecte effecten of verdringingseffecten worden behandeld in de richtlijn.
De Europese Commissie zal elke twee jaar een rapportage uitbrengen over deze aspecten. Die rapportage zal bijvoorbeeld gaan over de manier om indirecte CO2-effecten in beeld te brengen. Daarnaast worden de gevolgen voor de voedselprijzen en voedselzekerheid duidelijk gemaakt.
Achtergrond
In 2006 is Nederland gestart met het ontwikkelen van duurzaamheidscriteria voor biomassa voor energietoepassingen (in de zogenoemde commissie Cramer). In het Verenigd Koninkrijk was een vergelijkbare ontwikkeling aan de gang. Beide landen besloten gelijk op te trekken, waarbij Duitsland zich snel aansloot. Onder meer deze ontwikkeling heeft de Commissie ertoe aangezet op Europees niveau in actie te komen. Begin 2008 leidde dit tot een richtlijnvoorstel hernieuwbare energie, waarin de duurzaamheidscriteria opgenomen waren. Deze week is hierover in Brussel informeel een akkoord bereikt. Het Europees Parlement en de Raad zullen dit akkoord op korte termijn bevestigen.